direct naar inhoud van 4.3 Samenvatting planMER
Plan: Industrieterrein Tata Steel
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0375.BPtatasteel-OH01

4.3 Samenvatting planMER

Voornemen

Het voornemen bestaat uit de actualisatie van de vigerende bestemmingsplannen waarbij het aantal plannen wordt gereduceerd en een eenduidige bestemmingsregeling voor het gehele industrieterrein Tata Steel wordt bereikt. Met het bestemmingsplan wordt -afhankelijk van actuele milieurandvoorwaarden- gestreefd naar behoud van de gebruiksmogelijkheden die op grond van de bestaande bestemmingen zijn toegestaan. Met het plan worden geen functiewijzigingen mogelijk gemaakt.


Bij het opstellen van de bestemmingsplannen zijn mede op grond van de milieurandvoorwaarden keuzes gemaakt, bijvoorbeeld ten aanzien van de algemene toelaatbaarheid van bedrijfsactiviteiten, de vestiging van nieuwe risicorelevante inrichtingen en de ontwikkeling van nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten. In tegenstelling tot de vigerende plannen is de toelaatbaarheid van bedrijfsactiviteiten gebaseerd op de systematiek van inwaartse milieuzonering. Voor bestaande inrichtingen die niet passen binnen de algemene toelaatbaarheid is een specifieke bedrijfsbestemming opgenomen. Voor het aspect externe veiligheid geldt dat in het bestemmingsplan een regeling is opgenomen waarmee het ontstaan van onaanvaardbare externe veiligheidsrisico's ter plaatse van het plangebied in het ruimtelijk spoor wordt voorkomen. Ook zijn keuzes gemaakt ten aanzien van de bouwmogelijkheden. Daarvoor geldt dat het plan enige mate van flexibiliteit biedt door bouwmogelijkheden bij recht toe te staan. Met het strikt bestemmen van de huidige situatie zouden bedrijven ernstig in hun bedrijfsvoering worden beperkt. Er zijn wel grenzen gesteld, bijvoorbeeld in de vorm van toegestane bouwhoogten.

Beschermde gebieden

Het Natura 2000-gebied Noordhollands Duinreservaat dat ten noordwesten van het plangebied ligt, heeft een zeer hoge stikstofbelasting. De ontwikkeling van nieuwe bedrijfsactiviteiten leidt tot een toename van de stikstofdepositie op het Natura 2000-gebied. Gelet op de vereisten van de Natuurbeschermingswet 1998 (Nb-wet) kan een toename van de stikstofdepositie niet zonder meer worden toegestaan, aangezien de kritische depositiewaarden voor de maatgevende habitattypen op dit moment reeds worden overschreden. De toekomstige ontwikkelingen in het Noordgebied (gemeente Heemskerk), dat in het planMER wordt onderscheiden als ontwikkelingsgebied, kunnen alleen plaatsvinden als maatregelen worden getroffen om toename van stikstofdepositie op het Natura 2000-gebied te voorkomen. Eventuele verplaatsing, wijziging of uitbreiding van de activiteiten van Tata Steel, zowel in het Noordgebied als in de rest van het plangebied, is echter wel mogelijk zolang deze activiteiten behoren tot het bestaand gebruik waarvoor op grond van de Nb-wet geen vergunning nodig is. Het gaat daarbij om de bedrijfsactiviteiten die samenhangen met de productie van maximaal 8.000 kton staal per jaar. Er kan wel sprake zijn van een verandering in de effecten op het Natura-2000 gebied die mogelijk in het milieuspoor moeten worden onderzocht. Negatieve effecten als gevolg van verstoring en verandering van de waterhuishouding kunnen worden uitgesloten. Doordat het plangebied buiten het Natura 2000-gebied ligt, zijn directe effecten niet aan de orde.

Flora en Fauna

De ontwikkeling van het Noordgebied, binnen de gemeente Heemskerk, leidt mogelijk tot aantasting en verstoring van zwaar beschermde soorten. Door het treffen van mitigerende en compenserende maatregelen worden deze effecten echter teniet gedaan. Voor de werkzaamheden dient wel een ontheffing Flora- en faunawet te worden aangevraagd.

Luchtkwaliteit
Uit het luchtkwaliteitsonderzoek volgt dat in de referentiesituatie buiten de grenzen van het plangebied overschrijdingen van de jaargemiddelde concentraties PM10 voorkomen. Het plangebied zelf behoort niet tot de gebieden waar de luchtkwaliteitsnormen uit hoofdstuk 5 van de Wm van toepassing zijn. Voor de overschrijdingen, die ten zuiden en ten westen van het plangebied voorkomen, geldt dat industriële bronnen de grootste bronbijdrage leveren. Ter plaatse van overschrijdingen bedraagt de planbijdrage maximaal 0,025 µg/m³ waardoor de mogelijke ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtkwaliteit. Op overige locaties in de omgeving van de het Noordgebied, dat wordt onderscheiden als ontwikkelingsgebied, bedraagt het effect op jaargemiddelde concentratie PM10 maximaal 1,7 µg/m³. De toename van de jaargemiddelde concentratie PM10 ter plaatse woningen bedraagt maximaal 0,025 µg/m³. Op deze locaties vinden in de referentiesituatie en in de plansituatie geen overschrijdingen van de grenswaarden plaats. Voor de jaargemiddelde concentratie NO2 geldt dat de grootste bronbijdragen worden veroorzaakt door het wegverkeer. Zowel in de referentiesituatie als in situatie na planrealisatie wordt voldaan aan de jaargemiddelde grenswaarde voor NO2. De toename van de jaargemiddelde concentratie NO2 ter plaatse woningen bedraagt maximaal 0,5 µg/m3. Op basis van de berekende toename van de jaargemiddelde concentraties NO2 en PM10, die niet in betekenende mate zijn, kunnen geen uitspraken worden gedaan over gezondheidseffecten.

Externe veiligheid
Ten behoeve van het bestemmingsplan zijn alle relevante risicobronnen binnen het plangebied geïnventariseerd. Uit de onderzoeken en de beschikbare informatie ten aanzien van de relevante risicobronnen blijkt dat in de referentiesituatie geen knelpunten optreden ten aanzien van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het groepsrisico van de aanwezige Bevi-inrichtingen is beneden de oriëntatiewaarde gelegen.

Voor het gehele plangebied geldt dat de vestiging van nieuwe Bevi-inrichtingen en de ontwikkeling van nieuwe kwetsbare uitgesloten is uitgesloten waarmee het ontstaan van knelpunten ten aanzien van het plaatsgebonden risico of overschrijdingen van de oriëntatiewaarde wordt voorkomen. Door middel van een afwijkingsbevoegdheid wordt bereikt dat vooraf onderzoek moet worden verricht naar de toename van het externe veiligheidsrisico's bij ontwikkeling van risicorelevante activiteiten of de ontwikkeling van nieuwe kwetsbare objecten.

Er is enkel sprake van een aandachtspunt rond de bovengrondse gelegen hogedruk aardgasleiding A-538, ter hoogte van de passage van het binnenkanaal. In verband met de overschrijding van de richtwaarde voor het plaatsgebonden risico in de omgeving van het bovengronds gelegen deel van de buisleiding wordt ter plaatse van bestaande beperkt kwetsbare objecten (gelegen binnen de inrichting Tata Steel) ten noorden van de leiding niet aan de richtwaarde voor het plaatsgebonden risico voldaan. Ter plaatse is tevens sprake van een aandachtspunt voor het groepsrisico. Deze aandachtspunten zijn bij leidingbeheerder Gasunie N.V. onder de aandacht gebracht.

Industrielawaai
Het industrieterrein Tata Steel is een gezoneerd terrein in de zin van de Wet geluidhinder. Rondom het gezoneerde terrein is een geluidzone vastgesteld waarbinnen beperkingen gelden voor de ontwikkeling van geluidgevoelige bestemmingen. Bij wijzigingen van bedrijfsactiviteiten waarop de vergunningplicht of meldingsplicht van toepassing is worden de ontwikkeling onder meer door de provincie, die optreedt als zonebeheerder, getoetst aan de zonegrens en de vastgestelde Maximaal Toegestane Geluidbelastingen (MTG's). Uit het zonebeheermodel blijkt dat er vrijwel geen geluidruimte meer is voor nieuwe, zwaardere geluidemitterende bedrijven op het gezoneerde industrieterrein. Ten zuiden en zuidoosten van het gezoneerde terrein kunnen overschrijdingen van de MTG-waarden nog juist worden voorkomen.

Voor het Noordgebied geldt dat er nog beperkt ruimte is binnen de geluidzone. In het kader van het planMER is een scenario voor de ontwikkeling van bedrijfsactiviteiten in het Noordgebied doorgerekend met behulp van kentallen voor geluidemissies. Uit de indicatieve berekeningen blijkt dat er binnen de geluidzone ruimte is voor de ontwikkeling van bedrijfsactiviteiten uit categorie 4.2, overeenkomstig de algemene toelaatbaarheid. Deze ontwikkeling heeft geen gevolgen voor geluidgevoelige bestemmingen; deze zijn in beginsel niet toegestaan binnen de geluidzone (er is wel een afwijkingsmogelijkheid tot 55 dB(A)). In relatie tot de gebiedsbescherming van het Natura-2000 gebied en EHS gebied aangrenzend aan het Noordgebied wordt geconcludeerd dat het aspect industrielawaai niet van invloed is op de instandhouding van de voorkomende beschermde vogelsoorten. Uit de populatieontwikkelingen van de afgelopen decennia kan worden afgeleid dat de populatieomvang afhankelijk is van andere factoren dan industrielawaai.

Milieuzonering
Als gevolg van de toepassing van milieuzonering is de toelaatbaarheid van nieuwe bedrijfsactiviteiten ten opzichte van de vigerende planologische regelingen beperkt. Door toepassing van de systematiek van inwaartse milieuzonering is de toelaatbaarheid van nieuwe bedrijfsactiviteiten afgestemd op de omgeving waarmee het ontstaan van nieuwe milieuhinder zoveel mogelijk wordt voorkomen.

Bodem en grondwater
Voor het plangebied is een aparte Bodemkwaliteitskaart en een Beheerplan Grondstromen opgesteld (november 2011) waarin de achtergrondwaarden zijn vastgelegd. Tevens is een overzicht van verdachte terreindelen opgesteld. Op grond van de WBB is geborgd dat bestaande, reeds bekende verontreinigingen worden gesaneerd. Op grond van overige regelgeving geldt dat nieuwe verontreinigingen moeten worden voorkomen dan wel dat deze bij beëindiging van de activiteiten eventuele verontreinigingen moeten worden verwijderd/gesaneerd. Bij de bouw van bouwwerken waar personen verblijven moet worden aangetoond dat de bodem geschikt is voor het beoogd gebruik.

Bij de ontwikkelingen in het Noordgebied dient rekening te worden gehouden met mogelijke verontreinigingen in het grondwater als gevolg van historische bedrijfsactiviteiten. De uitvoering van het onderzoek en een eventuele sanering van de verontreiniging zijn niet gerelateerd aan de vaststelling van het bestemmingsplan Tata Steel, het betreft immers een bekende verontreiniging. Omdat er geen sprake is van een functiewijziging is ten behoeve van het bestemmingsplan geen bodemonderzoek uitgevoerd. In het vergunningenspoor dient te worden aangetoond dat de bodemkwaliteit geen beperkingen oplevert voor het beoogde gebruik.

Water
In het plangebied bestaat de wens om het watersysteem en het waterbeheer te verbeteren, het bestemmingsplan biedt daarvoor echter geen mogelijkheden. Het Hoogheemraadschap heeft een voorkeur voor de aanleg van een gescheiden rioolstelsel waarmee wordt voorkomen dat schoon hemelwater wordt afgevoerd wordt naar de afvalwaterzuiveringsinstallatie. Schoon hemelwater dient bij voorkeur te worden geïnfiltreerd in de bodem. Ook eventueel (licht) verontreinigde oppervlakken dienen bij voorkeur te worden afgekoppeld waarbij een lokaal zuirerende voorziening wordt toegepast.

In het noorden van het plangebied is de ontwikkeling van Business Park IJmond-Noord beoogd. Wanneer als gevolg van deze ontwikkelingen het verhard oppervlak toeneemt, dient dit gecompenseerd te worden door de aanleg van nieuw oppervlaktewater. Een richtlijn voor deze compensatie is 10% van de toename aan verharding. Het Hoogheemraadschap wordt actief betrokken worden bij de invulling van het Noordgebied.

De uitvoering van het bestemmingsplan leidt niet tot negatieve gevolgen voor de waterhuishouding.

Landschap Cultuurhistorie en Archeologie
In het bestemmingsplan wordt rekening gehouden met de aanwezige landschappelijke, cultuurhistorische en archeologische waarden. De ontwikkelingsmogelijkheden die het bestemmingsplan biedt zullen niet leiden tot ongewenste situaties. Het bestemmingsplan maakt bewoning van de cultuurhistorische waardevolle panden niet langer mogelijk, het plan heeft echter geen consequenties voor het eventueel behoud van deze panden. Dat is van andere factoren dan de ruimtelijke regeling afhankelijk. Vanwege de middelhoge en hoge archeologische verwachtingswaarden voor archeologie,die gelden voor het gehele plangebied, wordt aan werkzaamheden met een bepaalde planomvang (groter dan 500 m2) en op een bepaalde diepte (meer dan 60 cm) voorwaarden verbonden.