direct naar inhoud van Artikel 3 Bedrijf
Plan: Industrieterrein Tata Steel
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0375.BPtatasteel-OH01

Artikel 3 Bedrijf

3.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - staalproducerend bedrijf' uitsluitend:
    • 1. een staalproducerend bedrijf voor zover voorkomend in ten hoogste categorie 6

van de Staat van Bedrijfsactiviteiten;

    • 1. tot het staalbedrijf behorende overige bedrijfsactiviteiten voor zover voorkomend in ten hoogste categorie 5.3 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten;
    • 2. overige bedrijfsactiviteiten uit ten hoogste categorie 4.2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten, met uitzondering van geluidshinderlijke en risicovolle inrichtingen en met dien verstande dat ter plaatse van de aanduidingen 'bedrijf tot en met categorie 3.2.' en 'bedrijf tot en met categorie 4.1' uitsluitend bedrijven zijn toegestaan voor zover voorkomend in ten hoogste categorie 3.2 respectievelijk 4.1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten;
  • b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - vervaardiging industriële gassen' uitsluitend:
    • 1. een bedrijf gericht op vervaardiging van industriële gassen voor zover voorkomend in ten hoogste categorie 5.1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten;
    • 2. een tot een staalproducerend bedrijf behorende bedrijfsactiviteit voor zover voorkomend in ten hoogste de met de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 5.2.' aangegeven categorie van de Staat van Bedrijfsactiviteiten;
    • 3. overige bedrijfsactiviteiten voor zover voorkomend in ten hoogste categorie 4.2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten, met uitzondering van geluidshinderlijke en risicovolle inrichtingen;
  • c. ter plaatse van de aanduiding 'railverkeer': uitsluitend een spoorwegemplacement voor zover voorkomend in ten hoogste categorie 4.2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten;
  • d. ter plaatse van de overige gronden zonder de aanduidingen zoals bedoeld in de aanhef van dit lid onder a, b en c: bedrijfsactiviteiten voor zover voorkomend in ten hoogste categorie 4.2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten, met uitzondering van geluidshinderlijke en risicovolle inrichtingen en met dien verstande dat ter plaatse van de aanduidingen 'bedrijf tot en met categorie 3.2' en 'bedrijf tot en met categorie 4.1' uitsluitend bedrijven zijn toegestaan voor zover voorkomend in ten hoogste categorie 3.2 respectievelijk 4.1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten;
  • e. bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals (spoor)verkeersvoorzieningen, nutsvoorzieningen, groen, water en parkeervoorzieningen.

3.2 Bouwregels

Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels:

3.2.1 Gebouwen en overkappingen
  • a. de bouwhoogte van gebouwen bedraagt ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding 'maximale bouwhoogte (m)' aangegeven bouwhoogte;
  • b. in afwijking van het bepaalde onder sub a bedraagt de bouwhoogte van gasdragers ten hoogste 120 m;
  • c. het bebouwingspercentage bedraagt ten hoogste het ter plaatse van de aanduiding 'maximumbebouwingspercentage (%)' aangegeven bebouwingspercentage.

3.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde
  • a. de bouwhoogte van vrijstaande en in het gebouw geïntegreerde schoorstenen bedraagt ten hoogste 150 m;
  • b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, bedraagt ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding 'maximale bouwhoogte (m)' aangegeven bouwhoogte; met dien verstande dat ten minste een bouwhoogte van 60 m is toegestaan.

3.3 Specifieke gebruiksregels

Met betrekking tot het gebruik geldt dat:

  • a. dienstwoningen niet zijn toegestaan;
  • b. zelfstandige kantoren niet zijn toegestaan;
  • c. detailhandel niet is toegestaan;
  • d. risicovolle inrichtingen uitsluitend zijn toegestaan, voor zover sprake is van een bestaand bedrijf ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke vorm van bedrijf-staalproducerend bedrijf' en 'specifieke vorm van bedrijf- vervaardiging van industriële gassen';
  • e. verplaatsing en/of uitbreiding van risicovolle activiteiten van de in dit lid onder d bedoelde bedrijven niet is toegestaan;
  • f. nieuwe risicovolle activiteiten van de in dit lid onder d bedoelde bedrijven niet zijn toegestaan;
  • g. kwetsbare objecten niet zijn toegestaan.

3.4 Afwijken van de gebruiksregels
3.4.1 Afwijken Staat van Bedrijfsactiviteiten

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.1:

  • a. om bedrijven toe te laten in twee categorieën hoger dan in lid 3.1 genoemde bedrijfscategorieën tot ten hoogste categorie 5.3, voor zover het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving (gelet op de specifieke werkwijze) geacht kan worden te behoren tot de categorieën, zoals in lid 3.1 genoemd;
  • b. om bedrijven toe te laten die niet in de Staat van Bedrijfsactiviteiten zijn genoemd tot ten hoogste categorie 5.3, voor zover het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving geacht kan worden te behoren tot de categorieën, zoals in lid 3.1 genoemd;

Met dien verstande dat:

  • c. geluidshinderlijke en risicovolle inrichtingen niet zijn toegestaan, met uitzondering van activiteiten die behoren tot een staalproducerend bedrijf.

3.4.2 Afwijken risicovolle activiteiten

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van lid 3.3:

  • a. om verplaatsing of uitbreiding van risicovolle activiteiten toe te staan voor zover behorend bij een staalproducerend bedrijf en/of een bedrijf gericht op de vervaardiging van industriële gassen;
  • b. om nieuwe risicovolle activiteiten toe te staan voor zover behorend bij een staalproducerend bedrijf en/of een bedrijf gericht op de vervaardiging van industriële gassen;

Met dien verstande dat:

  • c. afwijken er niet toe mag leiden dat ter plaatse van kwetsbare objecten het plaatsgebonden risico meer bedraagt dan 10-6 per jaar;
  • d. afwijken er niet toe mag leiden dat de omvang van het invloedgebied van het staalproducerend bedrijf en/of het bedrijf gericht op het vervaardiging van industriële gassen toeneemt.

3.4.3 Afwijken nieuwe kwetsbare bedrijven

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van lid 3.3. om nieuwe bedrijven toe te staan die worden aangemerkt als kwetsbaar object, met dien verstande dat afwijken er niet toe mag leiden dat ter plaatse van de kwetsbare objecten als gevolg van in de omgeving van het bedrijf gelegen risicovolle activiteiten het plaatsgebonden risico meer bedraagt dan 10-6 per jaar.

3.4.4 Afwijken uitbreiden/verplaatsen bestaande bedrijven

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.1. ten behoeve van het uitbreiden en/of verplaatsen van bestaande bedrijven die behoren tot een hogere categorie dan categorie 4.2. van de Staat van Bedrijfsactiviteiten, met dien verstande dat de afwijking uit milieuhygiënisch oogpunt aanvaardbaar is.

3.4.5 Afwijken ten behoeve van nieuwe geluidshinderlijke bedrijven

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.1. ten behoeve van het vestigen van nieuwe geluidshinderlijke bedrijven, mits is gebleken dat de vestiging niet leidt tot een beperking van de huidige en toekomstige activiteiten van de reeds gevestigde inrichtingen binnen het plangebied

3.5 Wijzigingsbevoegdheid
3.5.1 Wijzigen Staat van Bedrijfsactiviteiten

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de Staat van Bedrijfsactiviteiten te wijzigen, voor wat betreft:

  • a. het onderbrengen van bedrijfsactiviteiten in een andere categorie, indien op grond van technologische ontwikkelingen de in de Staat van Bedrijfsactiviteiten vermelde categorie niet meer de juiste is;
  • b. het toevoegen van bedrijfsactiviteiten, geen seksinrichtingen, geluidshinderlijke en risicovolle inrichtingen zijnde, aan een bepaalde categorie van de Staat van Bedrijfsactiviteiten mits deze activiteit naar haar aard en invloed op de omgeving kan worden gelijkgesteld met de in de betreffende categorie opgenomen bedrijfsactiviteiten.

3.5.2 Wijzigen risicovolle inrichtingen

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen om nieuwe risicovolle inrichtingen toe te staan, met dien verstande dat:

  • a. wijziging inhoudt dat de gronden ten behoeve van de nieuwe risicovolle inrichting speciciek worden aangeduid en lid 3.3. onder d, overeenkomstig wordt aangepast.
  • b. wijziging er niet toe mag leiden dat ter plaatse van kwetsbare objecten het plaatsgebonden risico meer bedraagt dan 10-6 per jaar.